Een donders mooi loopje

Shit, wat is het hier donker! Het is iets na 5 uur ‘s ochtends als ik de Verenaschlucht in loop en er achter kom dat het in de de kloof nog nacht is. Aan een lampje heb ik niet gedacht, omdat ik dacht dat het midden juni om dit tijdstip licht genoeg zou zijn. Langzaam wennen mijn ogen aan het schemerdonker en ik zie Jezus aan het kruis opdoemen, wat betekent dat ik rechtsaf moet slaan. Het voordeel van parcourskennis komt me zo meteen goed van pas, in het donker is het smalle paadje bijna niet zien. De korte klimmetjes die volgen zijn lekker om er een beetje in te komen, als opwarmertje voor de 11 pieken van de Solo11Peaks.

De Solo11Peaks is een solorace van 75 kilometer over 11 pieken in Kanton Solothurn waarbij meer dan 5000 meter geklommen moet worden (in de praktijk lijken het er eerder 5600 te zijn). Als je de ronde binnen de 11:11:11 volbrengt dan verdien je geen buckle, maar een bügel. Een uitdaging die al langer in mijn hoofd zat, en waarbij de Coronacrisis me het laatste zetje heeft gegeven om dit samen met Janna om te zetten in een echte race. Er is een website, een route, een tracker en een scherpe FKT van Peter van der Zon. Peter liep de race in een razendsnelle tijd van 10h53 en toonde zo meteen aan dat een tijd van 11:11:11 te doen is. Althans, voor een goede loper. Een heel goede loper.

Inmiddels is het wat lichter geworden en ben ik begonnen aan de eerste lange klim naar de top van de Balmfluechöpfli. Als ik een bochtje omdraai zie ik ineens een wel heel erg uit de kluiten gewassen kat zo’n 50 meter voor me lopen. Het beest reageert door met een grote sprong in de bosjes te verdwijnen. Aan het korte staartje zie ik dat het een lynx is. Een bizarre en unieke ontmoeting en licht euforisch loop ik naar de top. Boven schijnt de zon en voel ik voor het eerst dat het een warm dagje gaat worden. Gelukkig heb ik genoeg water meegenomen, en er zijn genoeg bronnen onderweg om water bij te vullen.

De kop is eraf. Ik voel me goed en mijn lichaam en hoofd schakelen over naar de ultrastand.  Het is een staat waarbij tijd er niet meer toe doet en uren minuten lijken te worden. Het lichaam gaat in een stand dat het uren vol kan houden. Door de vochtige warmte ga ik iets minder hard dan verwacht, maar ik maak me er niet druk om. Ik zit in een goede flow: drinken, eten, lopen. Chamben, Wanneflue, Röti. Vlak na Balm heb ik de dag voordien een tasje met wat eten verstopt in een holle boom, en iets verderop kan ik mijn softflasks bijvullen met lekker fris bronwater. 

De door mij intens gehate klim van Welschenrohr naar de Weissenstein gaat beter dan verwacht, maar vlak onder de top verloop ik me en kom ik aan de verkeerde kant van de graat uit. Ik loop parallel aan het pad door en kom in een modderig off-trail stuk uit. Met soppende schoenen kom ik uiteindelijk weer op het juiste pad en ik vervloek mezelf: meneer de racedirector die zijn eigen route niet kent….. Anyway, het aantal extra gelopen meters valt mee en het heeft me hoogstens 5 minuten bonustijd opgeleverd.  Het middenstuk van de Solo11Peaks van de Weissenstein naar de Grenchenberg is niet het moeilijkst. Net even wat minder hoogtemeters en de paden zijn goed te belopen. De zon brandt alleen onverbiddelijk, het is drukkend warm en in dit deel van de route loop je wat meer door weides waardoor het extra warm voelt. Ik drink en ik drink (en ik drink) en bij ieder waterbak maak ik mijn petje nat om niet oververhit te raken.

Bij de Grenchenberg mag ik mijn favoriete afdaling doen, een steil paadje met zigzagjes en kettingen dat eindigt bij restaurant Bettlachberg.  Beneden aangekomen bedenk ik me ineens dat ik zin heb in soep, bier en cola. Het restaurant is open, en ik plof neer op het terras. De halve liter alcoholvrij bier is binnen twee minuten weg, de zoute soep slurp ik snel naar binnen en de cola is het perfecte toetje. Herboren begin ik aan de korte klim naar de Bettlachstock, een prachtig bergje dat op de nominatie staat om op de lijst van werelderfgoed te worden geplaatst. De afdaling naar Selzach is lang, maar goed te doen. Eenmaal beneden mag ik aan de andere kant van het beekje weer omhoog. Maar niet voordat ik mijn tweede zakje met eten veilig onder een boom vandaan heb gepeuterd. Ik neem een buisje met elektrolyten en vraag me af waar de bitterzuurzoete smaak vandaan komt. Ik bekijk de ingrediëntenlijst snel en zie cafeïne en guarana in de lijst staan. Ik zie het niet alleen, ik voel het ook vrijwel meteen. Strakstrakinmijntrainingspak hak ik omhoog naar de Stahlfluh.

Boven op de Stahlfluh heb je een fantastisch uitzicht over het Mittelland, de Jura en de Alpen. Ik heb ook een mooi uitzicht op flinke donderwolken, die nu nog ver genoeg weg lijken te zijn, maar treuzelen is nu geen optie meer. De afdaling over de Hexenweg is tricky: kettingen, smal, exposed en glad, maar ik kom zonder kleerscheuren beneden. In gestrekte draf loop ik richting Schauenburg, wetende dat ik nog maar één echte klim hoef te doen, naar de top van de Hasenmatt, het hoogste punt het Kanton. In de verte hoor ik het echter al rommelen en het begint snel te betrekken. Als in: heel snel, ik zie de wolken van beneden omhoog kolken. Het is eigenlijk niet eens een beslissing, mijn Solo11Peaks poging eindigt hier. De klim naar de Hasenmatt is niet lang, binnen een half uur sta je normaalgesproken boven. Maar dan sta je ook echt boven. In dit geval: op een kale piek, zonder bomen in een flinke onweersbui.

Ik stuur Janna een bericht dat ik zo snel mogelijk naar beneden kom, en terwijl ik dat doe barst de bui los. Eerst komt de regen, in dikke druppels. Daarna de wind, die als een soort van enorm monster door het bos komt aanrollen. Ik hoor achter me bomen kraken en er komen takken naar beneden. Daarna komt de bliksem en de donder. Ik hol naar beneden. Vermoeidheid voel ik niet meer, adrenaline werkt overduidelijk nog een stuk beter dan guarana en cafeïne. Na een paar kilometer lijk ik uit de bui te lopen en kom ik iets tot rust, totdat ik bij de voet van de Weissenstein aankom, waar het weer bar en boos is. Twee keer slaat de bliksem redelijk dichtbij in. Eigenlijk zou ik een veilig plekje moeten zoeken, en ik maak me zorgen over mijn stokken, die prima antennes zijn. Ik besluit door te lopen, en na 20 minuten kom ik gelukkig veilig thuis aan.

Een verstandige beslissing: dat is een beetje de teneur van veel van de reacties. Ik kan er niet zoveel mee, al was het maar dat je dit rondje niet kunt lopen als je je beperkt door te denken in dat soort termen. Juist door verder te gaan dan je eigenlijk durft of dacht te kunnen leer je je grenzen te verleggen. En dat is iets anders dan roekeloosheid. Bij onweer heb je simpelweg geen keuze, dan ga je de berg niet op. Maar goed, ik kan lullen wat ik wil, het blijft een dikke vette dnf. En dat moet worden rechtgezet, ergens over een paar weken ga ik het gewoon nog een keer proberen. Dat is het voordeel van je eigen race in je achtertuin.

One thought on “Een donders mooi loopje

  1. Euh… , verder gaan dan je durft in een onweersbui is ronduit overmoed en roekeloos. In dit geval dus een DNC vanwege de juiste beslissing; lees overmacht, en geen DNF vanwege vermoeidheid of een gebrek aan doorzettingsvermogen.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.