Niet voor watjes

Nu mijn hoofd niet langer meer vol watten zit en ik me niet meer zo’n slappe vaatdoek voel, is het een mooi moment om terug te blikken op mijn tweede poging op de Solo11peaks. Vooraf wist ik natuurlijk al wel dat ik langzamer zou zijn dan de mensen die tot nu toe gefinisht zijn, maar dat het me dik 22 uur zou kosten had ik ook weer niet verwacht! Goed, dat gezegd hebbende, ik ben vooral trots dat ik doorgezet heb, wel gefinisht ben en alle 11 pieken (en dalen) gedaan heb.

Nachtelijke belevenissen
Het is stil, zo stil  dat ik me bijna in een andere wereld waan. Draden spinrag blijven met grote regelmaat aan lichaamsdelen hangen. Zwermen motjes worden aangetrokken door mijn hoofdlamp en blijven om me heen vliegen. Best irritant. Mijn hoofdlamp verlicht een klein stukje van de duisternis. Af en toe zie ik een spin over het pad rennen. Mijn benen verslinden met elke pas een klein stukje van het parcours. Het gaat langzaam en mijn hoofd is er niet helemaal bij. Als ik te veel aanzet krijg ik een brok in mijn maag en voel ik druk op mijn hoofd. Waarom lig ik niet in mijn bed? Op hele steile stukken leun ik af en toe stilstaand op mijn stokken, haal diep  ademen en ga weer verder. Ik heb een stevige dip zeg maar. Dat ik een dip zou krijgen had ik wel verwacht, maar al op 15 km? Afijn, dankzij het lezen van Skyrunner moet ik juist op dit moment denken aan het doorbreken van muren en beleef het zowaar zelf. Na een korte pauze op de top, gevolgd door een voor mij nieuw stuk in het parcours, is dat verlammende gevoel ineens weg. 

Af en toe zie ik ogen oplichten. Een  hele grote kat zit me aan te kijken in de bosjes. Omdat het beest zo stoïcijns reageert, denk ik dat het een Blue Maine Coon is en geen lynx, alhoewel ik dat laatste veel toffer had gevonden. Op de Balmberg zie ik 2 paar ogen heel erg schrikken en heel hard de ene kant op rennen en dan toch maar totaal de andere kant. Eerst denk ik dat het kinderen zijn die ik betrapt heb, maar dat idee verwerp ik zodra ik knorrende geluidjes hoor. Wilde zwijnen! Op het graatje na de Balmberg zie ik 2 slapende gemzen staan en vlak na de Röti wordt ik bestudeerd door een vos. Het meeste angst heb ik als ik op de Röti zelf een man zie staan. Hij rookt een sigaret en heeft een stoffen opklapstoeltje naast zich staan. Wat doet iemand om 5 uur ‘s nachts daar alleen? Ik negeer hem en loop snel verder. De man doet gelukkig hetzelfde.

Extra uitdagingen
Ik bevind me op een afdaling die ook een koeienweide is. Het is nog donker. Dankzij de koeien is het gras veranderd in een kraterveld. Geen pad te zien en rennen gaat alleen als je geen angst hebt je enkel enorm te verzwikken of je schoen kwijt te raken in een van die kraters. Ik heb geen idee waar ik precies naartoe moet. Naar beneden, langs de bosrand staat me bij. Ik herken alleen niet heel duidelijk een bosrand en ga maar gewoon naar beneden. Een brandnetelveld geselt mijn blote enkels en kuiten. Dat beloofd wat afleiding in de vorm van prikkelende en jeukende bultjes de komende tijd. Overdag kom ik nog een paar keer in een vergelijkbare situatie en ik mag ook nog een stuk door het struikgewas kruipen, omdat ik een kudde koeien probeer te ontwijken, die precies daar ligt waar het pad zou moeten zijn. Na wat zoeken zie ik uiteindelijk altijd een hekje, markering of pad, dat bevestigd dat ik toch echt op de goede weg ben. 

Op de Betlachstockli is de batterij van mijn Phenix 6X op. Had ik toch Ultratrac aan moeten zetten. Gelukkig heb ik ook mijn oude 5s meegenomen en kan ik verder op een kruimelspoor. Een stuk lastiger navigeren. Af en toe kom ik daardoor op een verkeerd pad terecht, maar met wat hulp van Ronnie & Renée via Messenger kom ik steeds weer terug op het parcours. Pas echt lollig wordt het als ook Peter er zich mee gaat bemoeien, op het moment dat ik de opgang van de Hexenwegli niet kan vinden. Ik ben dat paadje (uit de hel) wel op geweest, maar nog nooit omlaag. Ik weet dat de opgang aan de andere kant van het prikkeldraad is. Dat prikkeldraad dat moet voorkomen dat mensen niet te dicht langs de afgrond gaan lopen… Ik lees in mijn scherm namens Peter; ‘over het randje Janna’. Ergens in mijn achterhoofd denk ik: rot op, ik durf niet, ik loop gewoon door naar de Hassenmat! Dan ontdek ik de opgang ineens rechts van een provisorisch bankje met vuurplaatsje. De angst verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik begin aan de afdaling tussen de rots door naar beneden. Na de Hexenwegli ken ik de weg. Nu gaat het goed komen.

Natuurlijk moest ik nog wel de Geissflue af. Ook een vreselijke afdaling. Helemaal met een al vermoeid lijf. Hij duurt eeuwig, is vreselijk steil en je moet je de hele tijd concentreren omdat er niet echt een duidelijk pad is, maar wel heel veel rotsen, losse stenen, boomwortels en dode boomblaadjes. En dan is het ook nog een soort van graat, behoorlijk breed, maar toch met dalen aan beide zijden. Geen ruimte voor grote fouten. Gelukkig komt ook hier een einde aan en… verrassing: Ronnie staat aan het einde te wachten met de meiden! De laatste klim en afdaling lopen ze gezellig met me mee. En dan nog een verrassing: in de laatste klim staat een hele kudde Gemzen voor ons te poseren in de steengroeve. De Jura op zijn best!

Het laatste stukje over de weg en door de schlucht is een eitje in vergelijking met de afgelopen 22 uur en al snel mag ik mijn felbegeerde en welverdiende Oufi-biertje in ontvangst nemen bij de Kathedraal. I did it!

English version

Next stop: Ultra-trail du Mont-Terrible

Inmiddels zal het niemand ontgaan zijn dat afgelopen jaar sportief gezien een wat minder jaar was voor ons. Niets ernstigs, de motivatie om serieus voor een doel te trainen was gewoon even weg. Gaf wel een kans om een na te denken over waar ik nu echt blij van word. Word ik blij van lange autoritten naar een wedstrijd? Hou ik van in grote groepen over smalle paadjes lopen in een heel grote wedstrijd? Het zal je niet verbazen dat het antwoord op deze twee vragen negatief is. Dus waarom geen kleinere of misschien zelfs wel obscure wedstrijden doen in onze eigen achtertuin?

Voor 4-5 april heb ik een mooi wedstrijdje gevonden! De ‘Ultra-trail du Mont-Terrible’, of eigenlijk de ‘Trail de Calabri’, want zo noemen ze de kortere 70km trail met 3600D+. De start is maar een dik uur rijden vanaf ons huis, de meeste informatie is alleen in het Frans beschikbaar en op de foto’s van afgelopen jaren ziet het er niet overdreven druk uit. Wellicht geen obscuur wedstrijdje, maar toch in ieder geval klein. Ik ben heel benieuwd naar het parcours, op de foto’s en de kaart ziet het er groen, bergachtig en toch ook wel uitdagend uit.

Bron: https://www.mont-terrible.ch/

Het gaat mijn eerste 70km wedstrijd worden met wat serieuzere hoogtemeters. Het trainen gaat lekker. Ik heb meer dan genoeg hoogtemeters gemaakt. Nu nog een blok wet wat meer kilometers en ik moet mezelf klaar gestoomd hebben om deze race succesvol te voltooien. Ik heb er zin in! Ok een beetje zoals een rit in de achtbaan, maar dat is goed, toch?

Winter Trailrunning-Challenge 21 februari

Sinds 1 december is onze huisklim veranderd in een Winter Trailrunning-challenge. Tot 29 februari kan via een Strava-segment deelgenomen worden aan deze uitdaging. De bordjes die de route uitzetten starten maar 100 meter van ons huis. Super tof dat dit, gesponsord door Solothurns lokale hardloopwinkel Sol-Id, georganiseerd wordt!

Op vrijdag 21 februari wordt er ook een 24 uurs challenge georganiseerd, waarbij de deelnemers zo vaak mogelijk de 3,5km met 700D+ tellende route heen-en -weer moeten afleggen. Zou natuurlijk enorm leuk zijn om daar met zo veel mogelijk enthousiastelingen aan mee te doen, dus wie komt er langs? Opwarmen, bijkomen en douchen kan bij ons. 🙂

Link naar het event op Facebook, vind je hier.

Wake up call

Moeizaam ploeg ik met mijn racefietsje tegen een van de makkelijkste klimmetjes in onze achtertuin op. Dat valt niet mee zeg! het zweet druipt zo’n beetje uit elke porie. Als ik, nadat ik de behoorlijk pittige afdaling afgereden ben met flinke stukken van 25%, op mijn Garmin kijk naar het gemiddelde tempo, valt dat behoorlijk tegen. Hel, ik zit nog niet echt op die 15Km per uur gemiddeld, die ik toch echt wel moet halen om de Bearman Xtri te kunnen finishen!

Er volgt een lekker warme zomer waarin ik mezelf bij periodes goed kan motiveren om mijn schema te volgen, maar ook met veel dagen waarop ik mezelf er niet toe kan zetten om de lange en/of zware fietstrainingen te doen. Te warm, te nat, geen zin, geen tijd. In de periodes dat ik regelmatig fiets verbeterd mijn tempo natuurlijk wel, alleen door het gebrek aan regelmaat en opbouw zie ik mezelf niet dik 180KM fietsen met 4800D+. Komend weekend is de Bearman Xtri, maar ik heb besloten: Ik ga mezelf niet een dag lang pesten met het halen van cutoff times, hoe mooi die race vast ook verder is.

Voor een extreme triathlon (of ultratrail) is het belangrijk om specifiek te trainen, anders wordt het zo’n jankpartij. (Alhoewel ik uit zeer betrouwbare bronnen heb vernomen dat de positie van jankert vrij is gekomen.) Elke week alleen doen waar je toevallig zin in hebt is leuk, maar ik heb niet het gevoel dat ik er echt beter van wordt. Het roer gaat dus om, of is eigenlijk al om gegaan. Ik heb een nieuw schema gemaakt voor het komende jaar met verschillende blokken en twee grote uitdagingen. In de offseason periode ga ik werken aan mijn basis, zodat ik hier in de specifiekere voorbereiding op kan doorbouwen en het trainen afwisselend en haalbaar blijft. De derde week van gestructureerder trainen is ingegaan en ik moet zeggen: het trainen valt me lichter.

Wat die twee grote uitdagingen zijn? Begin april heb ik een trail van 70km gevonden in onze achtertuin, met de toepasselijke naam Mont-Terrible en in de zomer ga ik nog een poging wagen op de Inferno. Uitdagend, afwisselend en mooi genoeg om motivatie te vinden om serieus te trainen, en ook nog makkelijk aan te rijden vanaf ons huisje.

Doe het niet!

Begin niet met hardlopen, ga niet in de natuur lopen, ga zeker geen trails lopen en al helemaal niet in een ruig, wonderschoon, bergachtig buitenland.

Zorg ervoor dat je zo min mogelijk in aanraking komt met avontuurlijke types. Je weet wel, van die mensen die het een goed idee vinden om uren over de Dorinter klippen te kruipen, ultratrails te lopen in de bergen, zomaar rond te zwerven in de natuur en te emigreren naar een ver buitenland. Raak er zeker niet bevriend mee, ook niet alleen op Facebook of Instagram.

Ga geen weekendjes naar de Ardennen, de Harz, Sauerland of andere heuvelachtige natuurgebieden enigszins in de buurt van Nederland. Ga niet op vakantie naar de Alpen, Dolimieten of het noorden van Noorwegen. Schrijf jezelf niet in voor een bergtrail. Laat je niet verlijden tot deelname aan een Xtri, het NK Skyrunning of georganiseerde trailrunweken ergens in de bergen. Boek geen weekje vakantie bij een Nederlander met een hotel of B&B in Frankrijk of Zwitserland. Ga sowieso niet op gezellig langs bij trailrunners die geëmigreerd zijn.

Volg ‘Visit Switserland’ of vergelijkbare pagina’s niet op Instagram…

Waarom? Voor je het weet vind je het een goed idee om te gaan emigreren naar de bergen. Erger nog je gaat je vage plannen omzetten in concrete plannen en die proberen te verwezenlijken. Je bekijkt waar de beste kansen zijn om een baan te vinden, stuurt er een aantal sollicitaties uit, gaat wat netwerken en hebt uiteindelijk succes.

Nu woon je in Zwitserland in een vrijstaand huis aan de rand van bos, de Jura ligt in je achtertuin. Je kan echt elke dag in de bergen trainen. De zomers zijn warmer, de winters kouder en de lucht die je inademt is ontzettend schoon. Je neemt twee honden, die altijd met je mee naar buiten willen gaan. De natuur is prachtig, de mensen zijn vriendelijk, je hebt je droom waar gemaakt!

Met het waarmaken van je droom komen nieuwe uitdagingen. Je vrienden- en kennissenkring heb je in Nederland achtergelaten. Nieuwe kennissen maken kost tijd. Je spreekt best redelijk Duits, maar ze spreken hier Zwitserduits en daardoor begrijp je regelmatig geen klap van wat de mensen tegen je zeggen. Je mist simpele dingen, zoals kunnen zeggen wat je bedoeld, lekker uit eten gaan, een speciaal biertje drinken met een bittergarnituur, drop, hagelslag en de uitdaging op je werk in Nederland.

Dan besluit je een nieuwe droom te gaan waarmaken. Individuele trainingsweekends organiseren vanuit je huis en in het achterhoofd nog veel meer vage plannen. Ik ben benieuwd wat we daar over kunnen schrijven in een paar jaar. 🙂