Niet voor watjes

Nu mijn hoofd niet langer meer vol watten zit en ik me niet meer zo’n slappe vaatdoek voel, is het een mooi moment om terug te blikken op mijn tweede poging op de Solo11peaks. Vooraf wist ik natuurlijk al wel dat ik langzamer zou zijn dan de mensen die tot nu toe gefinisht zijn, maar dat het me dik 22 uur zou kosten had ik ook weer niet verwacht! Goed, dat gezegd hebbende, ik ben vooral trots dat ik doorgezet heb, wel gefinisht ben en alle 11 pieken (en dalen) gedaan heb.

Nachtelijke belevenissen
Het is stil, zo stil  dat ik me bijna in een andere wereld waan. Draden spinrag blijven met grote regelmaat aan lichaamsdelen hangen. Zwermen motjes worden aangetrokken door mijn hoofdlamp en blijven om me heen vliegen. Best irritant. Mijn hoofdlamp verlicht een klein stukje van de duisternis. Af en toe zie ik een spin over het pad rennen. Mijn benen verslinden met elke pas een klein stukje van het parcours. Het gaat langzaam en mijn hoofd is er niet helemaal bij. Als ik te veel aanzet krijg ik een brok in mijn maag en voel ik druk op mijn hoofd. Waarom lig ik niet in mijn bed? Op hele steile stukken leun ik af en toe stilstaand op mijn stokken, haal diep  ademen en ga weer verder. Ik heb een stevige dip zeg maar. Dat ik een dip zou krijgen had ik wel verwacht, maar al op 15 km? Afijn, dankzij het lezen van Skyrunner moet ik juist op dit moment denken aan het doorbreken van muren en beleef het zowaar zelf. Na een korte pauze op de top, gevolgd door een voor mij nieuw stuk in het parcours, is dat verlammende gevoel ineens weg. 

Af en toe zie ik ogen oplichten. Een  hele grote kat zit me aan te kijken in de bosjes. Omdat het beest zo stoïcijns reageert, denk ik dat het een Blue Maine Coon is en geen lynx, alhoewel ik dat laatste veel toffer had gevonden. Op de Balmberg zie ik 2 paar ogen heel erg schrikken en heel hard de ene kant op rennen en dan toch maar totaal de andere kant. Eerst denk ik dat het kinderen zijn die ik betrapt heb, maar dat idee verwerp ik zodra ik knorrende geluidjes hoor. Wilde zwijnen! Op het graatje na de Balmberg zie ik 2 slapende gemzen staan en vlak na de Röti wordt ik bestudeerd door een vos. Het meeste angst heb ik als ik op de Röti zelf een man zie staan. Hij rookt een sigaret en heeft een stoffen opklapstoeltje naast zich staan. Wat doet iemand om 5 uur ‘s nachts daar alleen? Ik negeer hem en loop snel verder. De man doet gelukkig hetzelfde.

Extra uitdagingen
Ik bevind me op een afdaling die ook een koeienweide is. Het is nog donker. Dankzij de koeien is het gras veranderd in een kraterveld. Geen pad te zien en rennen gaat alleen als je geen angst hebt je enkel enorm te verzwikken of je schoen kwijt te raken in een van die kraters. Ik heb geen idee waar ik precies naartoe moet. Naar beneden, langs de bosrand staat me bij. Ik herken alleen niet heel duidelijk een bosrand en ga maar gewoon naar beneden. Een brandnetelveld geselt mijn blote enkels en kuiten. Dat beloofd wat afleiding in de vorm van prikkelende en jeukende bultjes de komende tijd. Overdag kom ik nog een paar keer in een vergelijkbare situatie en ik mag ook nog een stuk door het struikgewas kruipen, omdat ik een kudde koeien probeer te ontwijken, die precies daar ligt waar het pad zou moeten zijn. Na wat zoeken zie ik uiteindelijk altijd een hekje, markering of pad, dat bevestigd dat ik toch echt op de goede weg ben. 

Op de Betlachstockli is de batterij van mijn Phenix 6X op. Had ik toch Ultratrac aan moeten zetten. Gelukkig heb ik ook mijn oude 5s meegenomen en kan ik verder op een kruimelspoor. Een stuk lastiger navigeren. Af en toe kom ik daardoor op een verkeerd pad terecht, maar met wat hulp van Ronnie & Renée via Messenger kom ik steeds weer terug op het parcours. Pas echt lollig wordt het als ook Peter er zich mee gaat bemoeien, op het moment dat ik de opgang van de Hexenwegli niet kan vinden. Ik ben dat paadje (uit de hel) wel op geweest, maar nog nooit omlaag. Ik weet dat de opgang aan de andere kant van het prikkeldraad is. Dat prikkeldraad dat moet voorkomen dat mensen niet te dicht langs de afgrond gaan lopen… Ik lees in mijn scherm namens Peter; ‘over het randje Janna’. Ergens in mijn achterhoofd denk ik: rot op, ik durf niet, ik loop gewoon door naar de Hassenmat! Dan ontdek ik de opgang ineens rechts van een provisorisch bankje met vuurplaatsje. De angst verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik begin aan de afdaling tussen de rots door naar beneden. Na de Hexenwegli ken ik de weg. Nu gaat het goed komen.

Natuurlijk moest ik nog wel de Geissflue af. Ook een vreselijke afdaling. Helemaal met een al vermoeid lijf. Hij duurt eeuwig, is vreselijk steil en je moet je de hele tijd concentreren omdat er niet echt een duidelijk pad is, maar wel heel veel rotsen, losse stenen, boomwortels en dode boomblaadjes. En dan is het ook nog een soort van graat, behoorlijk breed, maar toch met dalen aan beide zijden. Geen ruimte voor grote fouten. Gelukkig komt ook hier een einde aan en… verrassing: Ronnie staat aan het einde te wachten met de meiden! De laatste klim en afdaling lopen ze gezellig met me mee. En dan nog een verrassing: in de laatste klim staat een hele kudde Gemzen voor ons te poseren in de steengroeve. De Jura op zijn best!

Het laatste stukje over de weg en door de schlucht is een eitje in vergelijking met de afgelopen 22 uur en al snel mag ik mijn felbegeerde en welverdiende Oufi-biertje in ontvangst nemen bij de Kathedraal. I did it!

English version

Een donders mooi loopje

Shit, wat is het hier donker! Het is iets na 5 uur ‘s ochtends als ik de Verenaschlucht in loop en er achter kom dat het in de de kloof nog nacht is. Aan een lampje heb ik niet gedacht, omdat ik dacht dat het midden juni om dit tijdstip licht genoeg zou zijn. Langzaam wennen mijn ogen aan het schemerdonker en ik zie Jezus aan het kruis opdoemen, wat betekent dat ik rechtsaf moet slaan. Het voordeel van parcourskennis komt me zo meteen goed van pas, in het donker is het smalle paadje bijna niet zien. De korte klimmetjes die volgen zijn lekker om er een beetje in te komen, als opwarmertje voor de 11 pieken van de Solo11Peaks.

De Solo11Peaks is een solorace van 75 kilometer over 11 pieken in Kanton Solothurn waarbij meer dan 5000 meter geklommen moet worden (in de praktijk lijken het er eerder 5600 te zijn). Als je de ronde binnen de 11:11:11 volbrengt dan verdien je geen buckle, maar een bügel. Een uitdaging die al langer in mijn hoofd zat, en waarbij de Coronacrisis me het laatste zetje heeft gegeven om dit samen met Janna om te zetten in een echte race. Er is een website, een route, een tracker en een scherpe FKT van Peter van der Zon. Peter liep de race in een razendsnelle tijd van 10h53 en toonde zo meteen aan dat een tijd van 11:11:11 te doen is. Althans, voor een goede loper. Een heel goede loper.

Inmiddels is het wat lichter geworden en ben ik begonnen aan de eerste lange klim naar de top van de Balmfluechöpfli. Als ik een bochtje omdraai zie ik ineens een wel heel erg uit de kluiten gewassen kat zo’n 50 meter voor me lopen. Het beest reageert door met een grote sprong in de bosjes te verdwijnen. Aan het korte staartje zie ik dat het een lynx is. Een bizarre en unieke ontmoeting en licht euforisch loop ik naar de top. Boven schijnt de zon en voel ik voor het eerst dat het een warm dagje gaat worden. Gelukkig heb ik genoeg water meegenomen, en er zijn genoeg bronnen onderweg om water bij te vullen.

De kop is eraf. Ik voel me goed en mijn lichaam en hoofd schakelen over naar de ultrastand.  Het is een staat waarbij tijd er niet meer toe doet en uren minuten lijken te worden. Het lichaam gaat in een stand dat het uren vol kan houden. Door de vochtige warmte ga ik iets minder hard dan verwacht, maar ik maak me er niet druk om. Ik zit in een goede flow: drinken, eten, lopen. Chamben, Wanneflue, Röti. Vlak na Balm heb ik de dag voordien een tasje met wat eten verstopt in een holle boom, en iets verderop kan ik mijn softflasks bijvullen met lekker fris bronwater. 

De door mij intens gehate klim van Welschenrohr naar de Weissenstein gaat beter dan verwacht, maar vlak onder de top verloop ik me en kom ik aan de verkeerde kant van de graat uit. Ik loop parallel aan het pad door en kom in een modderig off-trail stuk uit. Met soppende schoenen kom ik uiteindelijk weer op het juiste pad en ik vervloek mezelf: meneer de racedirector die zijn eigen route niet kent….. Anyway, het aantal extra gelopen meters valt mee en het heeft me hoogstens 5 minuten bonustijd opgeleverd.  Het middenstuk van de Solo11Peaks van de Weissenstein naar de Grenchenberg is niet het moeilijkst. Net even wat minder hoogtemeters en de paden zijn goed te belopen. De zon brandt alleen onverbiddelijk, het is drukkend warm en in dit deel van de route loop je wat meer door weides waardoor het extra warm voelt. Ik drink en ik drink (en ik drink) en bij ieder waterbak maak ik mijn petje nat om niet oververhit te raken.

Bij de Grenchenberg mag ik mijn favoriete afdaling doen, een steil paadje met zigzagjes en kettingen dat eindigt bij restaurant Bettlachberg.  Beneden aangekomen bedenk ik me ineens dat ik zin heb in soep, bier en cola. Het restaurant is open, en ik plof neer op het terras. De halve liter alcoholvrij bier is binnen twee minuten weg, de zoute soep slurp ik snel naar binnen en de cola is het perfecte toetje. Herboren begin ik aan de korte klim naar de Bettlachstock, een prachtig bergje dat op de nominatie staat om op de lijst van werelderfgoed te worden geplaatst. De afdaling naar Selzach is lang, maar goed te doen. Eenmaal beneden mag ik aan de andere kant van het beekje weer omhoog. Maar niet voordat ik mijn tweede zakje met eten veilig onder een boom vandaan heb gepeuterd. Ik neem een buisje met elektrolyten en vraag me af waar de bitterzuurzoete smaak vandaan komt. Ik bekijk de ingrediëntenlijst snel en zie cafeïne en guarana in de lijst staan. Ik zie het niet alleen, ik voel het ook vrijwel meteen. Strakstrakinmijntrainingspak hak ik omhoog naar de Stahlfluh.

Boven op de Stahlfluh heb je een fantastisch uitzicht over het Mittelland, de Jura en de Alpen. Ik heb ook een mooi uitzicht op flinke donderwolken, die nu nog ver genoeg weg lijken te zijn, maar treuzelen is nu geen optie meer. De afdaling over de Hexenweg is tricky: kettingen, smal, exposed en glad, maar ik kom zonder kleerscheuren beneden. In gestrekte draf loop ik richting Schauenburg, wetende dat ik nog maar één echte klim hoef te doen, naar de top van de Hasenmatt, het hoogste punt het Kanton. In de verte hoor ik het echter al rommelen en het begint snel te betrekken. Als in: heel snel, ik zie de wolken van beneden omhoog kolken. Het is eigenlijk niet eens een beslissing, mijn Solo11Peaks poging eindigt hier. De klim naar de Hasenmatt is niet lang, binnen een half uur sta je normaalgesproken boven. Maar dan sta je ook echt boven. In dit geval: op een kale piek, zonder bomen in een flinke onweersbui.

Ik stuur Janna een bericht dat ik zo snel mogelijk naar beneden kom, en terwijl ik dat doe barst de bui los. Eerst komt de regen, in dikke druppels. Daarna de wind, die als een soort van enorm monster door het bos komt aanrollen. Ik hoor achter me bomen kraken en er komen takken naar beneden. Daarna komt de bliksem en de donder. Ik hol naar beneden. Vermoeidheid voel ik niet meer, adrenaline werkt overduidelijk nog een stuk beter dan guarana en cafeïne. Na een paar kilometer lijk ik uit de bui te lopen en kom ik iets tot rust, totdat ik bij de voet van de Weissenstein aankom, waar het weer bar en boos is. Twee keer slaat de bliksem redelijk dichtbij in. Eigenlijk zou ik een veilig plekje moeten zoeken, en ik maak me zorgen over mijn stokken, die prima antennes zijn. Ik besluit door te lopen, en na 20 minuten kom ik gelukkig veilig thuis aan.

Een verstandige beslissing: dat is een beetje de teneur van veel van de reacties. Ik kan er niet zoveel mee, al was het maar dat je dit rondje niet kunt lopen als je je beperkt door te denken in dat soort termen. Juist door verder te gaan dan je eigenlijk durft of dacht te kunnen leer je je grenzen te verleggen. En dat is iets anders dan roekeloosheid. Bij onweer heb je simpelweg geen keuze, dan ga je de berg niet op. Maar goed, ik kan lullen wat ik wil, het blijft een dikke vette dnf. En dat moet worden rechtgezet, ergens over een paar weken ga ik het gewoon nog een keer proberen. Dat is het voordeel van je eigen race in je achtertuin.

Solo

Daar zit je dan.

Je zit thuis. Alleen of samen, met of zonder kinderen, met je huisdier of zonder. De eerste dagen was het nog wel leuk, maar het begint te wennen en je begint je te vervelen, te ergeren of alleen te voelen. Je kunt niet meer afspreken met vrienden om uit eten te gaan, je kunt niet meer naar de sportschool en een strandwandeling of gezellig shoppen is ook not-done. Life sucks.

En nu?

Sommige mensen zijn bang, voor het virus, de toekomst en het lot van naasten. Filmpjes, grafieken en complottherieen voeden de angst alleen maar. Anderen vervelen zich te pletter en weten niks beters te verzinnen dan het meedoen aan stompzinnige spelletjes op Facebook. Deel foto’s van een berg, je hond of je jeugd. Alle plaatsen waar je ooit bent geweest. Je favoriete artiest. Weer anderen zijn boos. Op elkaar of anderen, op Rutte, op het RIVM, op mensen die hamsteren of naar het strand gaan.

Bang, verveeld of boos.

Dat zijn zo’n beetje de smaken die er in de aanbieding zijn. En dat is prima, zolang je er maar niet in blijft hangen. Mijn dagen zijn ook saai(er), ook ik ben af en toe boos en soms ben ik ook bang voor wat ons allemaal nog te wachten staat. Maar ik besef me ook dat de situatie er niet beter van wordt. Integendeel. Het kost alleen maar energie. Energie die ik liever in andere dingen steek.

Zo loop ik al een tijd rond met een idee voor een solo race. Een race die je op elk moment kan lopen. Er komt een route, een aandenken, een douche, een klassement en een tracker. Er komen geen wachtrijen, geen tijdslimieten, geen hoge inschrijfgelden en geen commerciele toestanden. Terug naar hoe trailen ooit is begonnen.

Volgens mij is de tijd rijp voor de Solo11Peaks!

Who’s in?

91185530_263416501328836_1452599892747747328_n

Alle beperking maakt gelukkig

Hoelang is dit nu aan de gang? Een paar weken geleden was het nog een ver-van-mijn-bed show. Het griepje zou in China blijven. Daarna deden we wat lacherig over Italie. Nu is het hier en beginnen we ons langzaam te realiseren dat dit niet zomaar een griepje is. We hebben gehamsterd, geapplaudiseerd en we zijn naar het strand en de Gamma geweest. Stapje voor stapje wordt onze wereld kleiner, totdat we straks wellicht allemaal voor een paar weken verplicht thuis moeten blijven.

Maar goed, we hebben er aan kunnen wennen. Geen Rotterdam marathon, geen biertje in de buurtkroeg, geen voetbal, geen wielerklassiekers, geen driegangenmenu, geen songfestival, geen vakantie, geen meubelboulevard, geen festivals, geen Maxmania, geen bezoekjes aan je oma, geen school en voor sommigen geen werk.

En nu? De verveling lijkt toe te slaan. De ene leeghoofdige Facebook challenge volgt op de andere. Mensen schrijven zich alvast in voor een marathon in 2021. Netflix is overbelast, net als PornHub. Er wordt geklaagd over mensen die klagen over mensen die naar Zandvoort gaan. En er wordt gedeeld, veel gedeeld.

En dat delen, daar moeten we vooral mee doorgaan. En dan heb ik het niet over het delen van ellendige IC foto’s of tabellen met de meest recente besmettingscijfers. Want daar wordt de situatie echt niet anders van. Stop daar maar gewoon mee. Nee, ik heb het over delen wat je doet nu je niet meer kunt doen wat je altijd deed. Wat doe je vandaag?  Wat doe je anders? Wat zou je anders moeten doen? Waar ben je mee gestopt? Waar zou je mee moeten stoppen? Waar zou je mee moeten beginnen? Waar word je echt gelukkig van? Heb je daar al over nagedacht?  En vooral: wat houdt je tegen om het nu te doen?

Inspiratie nodig?

Janna heeft onze garage omgebouwd tot een serieuze paincave

Ik ben begonnen met kweken van allerlei soorten groente via de Kratky methode

We bakken elke dag een vers brood

We zijn begonnen met het uitwerken van een nieuw raceconcept, helemaal passend bij deze tijd

We hebben de platenspeler afgestoft en luisteren naar oud en nieuw vinyl

Onze lokale hardloopwinkel SOL-ID biedt online Pilates lessen aan

De boer in de buurt bakt brood en verkoopt zijn producten vanaf de boerderij in plaats van op de weekmarkt

DJ Bakplaat draait live verzoekplaatjes op FB

Kaj gaat 100 push-ups doen

En wat doe jij?

 

Next stop: Ultra-trail du Mont-Terrible

Inmiddels zal het niemand ontgaan zijn dat afgelopen jaar sportief gezien een wat minder jaar was voor ons. Niets ernstigs, de motivatie om serieus voor een doel te trainen was gewoon even weg. Gaf wel een kans om een na te denken over waar ik nu echt blij van word. Word ik blij van lange autoritten naar een wedstrijd? Hou ik van in grote groepen over smalle paadjes lopen in een heel grote wedstrijd? Het zal je niet verbazen dat het antwoord op deze twee vragen negatief is. Dus waarom geen kleinere of misschien zelfs wel obscure wedstrijden doen in onze eigen achtertuin?

Voor 4-5 april heb ik een mooi wedstrijdje gevonden! De ‘Ultra-trail du Mont-Terrible’, of eigenlijk de ‘Trail de Calabri’, want zo noemen ze de kortere 70km trail met 3600D+. De start is maar een dik uur rijden vanaf ons huis, de meeste informatie is alleen in het Frans beschikbaar en op de foto’s van afgelopen jaren ziet het er niet overdreven druk uit. Wellicht geen obscuur wedstrijdje, maar toch in ieder geval klein. Ik ben heel benieuwd naar het parcours, op de foto’s en de kaart ziet het er groen, bergachtig en toch ook wel uitdagend uit.

Bron: https://www.mont-terrible.ch/

Het gaat mijn eerste 70km wedstrijd worden met wat serieuzere hoogtemeters. Het trainen gaat lekker. Ik heb meer dan genoeg hoogtemeters gemaakt. Nu nog een blok wet wat meer kilometers en ik moet mezelf klaar gestoomd hebben om deze race succesvol te voltooien. Ik heb er zin in! Ok een beetje zoals een rit in de achtbaan, maar dat is goed, toch?

De meeste mensen deugen

“Ik ben gestopt met het volgen van het nieuws, want daar word ik niet vrolijk van.”

Hij neemt een slokje van zijn latte en gaat verder met zijn relaas: “Kranten brengen alleen maar negatief nieuws: over oorlogen, het klimaat, Trump, virussen, vluchtelingen en boerenprotesten. En dat terwijl mijn buurvrouw vorige week een poesje heeft geadopteerd uit het asiel. En al mijn vrienden scheiden hun afval. Al-le-maal. Ik bedoel maar: de meeste mensen deugen.”

Ik kijk hem aan en vraag hem of hij dan niet geïnteresseerd is in anderen of in de wereld om hem heen.

Hij reageert wat kribbig, “Eeeeh, natuurlijk ben ik wel geïnteresseerd in de wereld om me heen, maar daarvoor hoef ik toch niet de krant te lezen of TV te kijken? Ik bedoel, daarvoor heb je toch Facebook en Twitter?”

Ondertussen trilt zijn telefoon aan de lopende band.

“Ik heb er gisteren een blogje over geschreven en daar krijg ik zo-veel lieve reacties op. Mensen zijn gewoon klaar met al die negativiteit. Lees deze reactie maar eens: Geen krant lezen geeft je een veel gezondere en meer realistische kijk op de wereld. En bovendien heb je dan meer tijd voor hardlopen, uitslapen, goede boeken lezen en nog veel meer leuks dat het leven te bieden heeft.

Hij kijkt me glunderend aan.

“Mooi he? Maareh, als je het niet erg vindt, ik moet verder. Nog een beetje lanterfanten, een selfie posten op Instagram en een klein stukje hardlopen”

Hij staat op, trekt zijn jas aan en onderweg naar de uitgang van het hippe koffietentje keert ‘ie zich nog een keer om.

“Weet je, ik denk dat ik er een boek over ga schrijven! Ik heb al een titel bedacht: 100 dagen zonder nieuws.”

Ik zucht.

De meeste mensen deugen inderdaad.

Helaas lijken veel van die mensen in meerdere opzichten op struisvogels.

A new hope

Ergens, een paar jaar geleden ben ik abrupt gestopt met schrijven. Van mijn verhaaltjes heb ik geen back-ups gemaakt en ook op andere platforms is niet veel meer te vinden. Ergens vind ik het wel jammer. Het waren leuke snapshots van mijn toenmalige leven en de transformatie van dikzak naar ultratrailer. Van de andere kant ben ik ook wel blij dat sommige blogs zo goed als onvindbaar zijn. Soms waren ze tenenkrommend slecht, nodeloos kwetsend, volslagen nietszeggend, haastig geschreven of ronduit slaapverwekkend. Die paar beter gelukte verhalen zitten gelukkig nog in mijn hoofd.

Ik wou dat ik kon zeggen dat ik tegenwoordig minder lul dan poets, maar ik geef eerlijk toe dat ik dan zou jokken. Ja, ik heb een mooie achtertuin hier in de Jura, ja, ik loop best vaak en ja, ik maak veel hoogtemeters. Maar het is vooral flierefluiten, lekker rondhobbelen en aldoende Zwitserland ontdekken. Moe word ik zelden en als het regent dan blijf ik lekker thuis of ga ik lekker droog ingepakt met de honden wandelen.

Ik denk dat ik gewoon wat tijd nodig heb gehad om te herstellen van jarenlange roofbouw, zowel fysiek als mentaal. Een herstelperiode die bijna 4 jaar heeft geduurd. Terugkijkend heb ik mezelf in 2015 en 2016 vakkundig over de kling gejaagd. Maxi-race, UTMB, Drenthe 200, ISU, Transvulcania, Arctic Triple, UTML, Limone (2 x) en nog een hele rits aan andere wedstrijdjes. En ja, mensen hebben me gewaarschuwd, maar natuurlijk was ik te eigenwijs om te luisteren. Tel daarbij op twee gebeurtenissen met een enorme impact en het recept voor een jarenlange (min of meer) radiostilte is daar.

Maar tijd heelt alle wonden. De eerste blog van 2020 is geschreven, het oude lijf is weer heel, de geest weer fris en ons leven staat inmiddels ook aardig op de rails. De tijd van al sukkeldravend de honden uitlaten is voorbij en sinds het begin van deze maand train ik weer op een schema. Een op maat gemaakt schema van iemand die ik dat klusje met liefde toevertrouw. Mijn ambitie? Heel blijven, sterker, lichter en sneller worden om zo hopelijk in de tweede helft van dit jaar een serieus lange race zonder al te veel kleerscheuren uit te lopen.

Klaar voor: nee.

Zin an: ja!

1020088(0)-01
Afgelopen weekend in Grindelwald

UTMB 2020 – loting

Vandaag zijn de resultaten van de loting voor de UTMB bekend gemaakt. De een is blij, de ander is teleurgesteld. De blije mensen mogen een paar honderd euro bij elkaar schrapen om zichzelf definitief te registreren, de teleurgestelden mogen op zoek naar een alternatieve uitdaging.

En alternatieven zijn er gelukkig genoeg! Hieronder vind je een overzicht van drie mooie races in Zwitserland die in dezelfde periode plaatsvinden:

Swiss Peaks, 165km, 10500D+, 3 september

Swiss Alps, 160km, 10440D+, 14 augustus

Montreux Trail Festival, 112km, 8500D+, 25 juli

Of je nou ingeloot bent of op zoek bent naar een vervangende uitdaging: het is zaak dat je op tijd begint met trainen en hoogtemeters maken. Nu kun je die hoogtemters natuurlijk prima maken op de loopband, een viaduct, vuilnisbelt of Limburgse molshoop. Maar geef toe: dat blijft een beetje behelpen.

Als je serieus wilt trainen dan zul je toch echt naar de bergen moeten. En laten wij nou een paar prachtige bergen in onze Zwitserse achtertuin hebben liggen. Voor een vriendenprijs kun je overnachten in een van onze gastenkamers, maken wij een loopprogramma dat aansluit bij je plannen en gaan we met je mee zodat je je geen zorgen hoeft te maken over de route. En na afloop schuif je aan voor een heerlijke maaltijd.

Lijkt dit je wat of heb je vragen? Neem dan gerust contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken!

Uitzicht vanaf de Roti

Winter Trailrunning-Challenge 21 februari

Sinds 1 december is onze huisklim veranderd in een Winter Trailrunning-challenge. Tot 29 februari kan via een Strava-segment deelgenomen worden aan deze uitdaging. De bordjes die de route uitzetten starten maar 100 meter van ons huis. Super tof dat dit, gesponsord door Solothurns lokale hardloopwinkel Sol-Id, georganiseerd wordt!

Op vrijdag 21 februari wordt er ook een 24 uurs challenge georganiseerd, waarbij de deelnemers zo vaak mogelijk de 3,5km met 700D+ tellende route heen-en -weer moeten afleggen. Zou natuurlijk enorm leuk zijn om daar met zo veel mogelijk enthousiastelingen aan mee te doen, dus wie komt er langs? Opwarmen, bijkomen en douchen kan bij ons. 🙂

Link naar het event op Facebook, vind je hier.

Wake up call

Moeizaam ploeg ik met mijn racefietsje tegen een van de makkelijkste klimmetjes in onze achtertuin op. Dat valt niet mee zeg! het zweet druipt zo’n beetje uit elke porie. Als ik, nadat ik de behoorlijk pittige afdaling afgereden ben met flinke stukken van 25%, op mijn Garmin kijk naar het gemiddelde tempo, valt dat behoorlijk tegen. Hel, ik zit nog niet echt op die 15Km per uur gemiddeld, die ik toch echt wel moet halen om de Bearman Xtri te kunnen finishen!

Er volgt een lekker warme zomer waarin ik mezelf bij periodes goed kan motiveren om mijn schema te volgen, maar ook met veel dagen waarop ik mezelf er niet toe kan zetten om de lange en/of zware fietstrainingen te doen. Te warm, te nat, geen zin, geen tijd. In de periodes dat ik regelmatig fiets verbeterd mijn tempo natuurlijk wel, alleen door het gebrek aan regelmaat en opbouw zie ik mezelf niet dik 180KM fietsen met 4800D+. Komend weekend is de Bearman Xtri, maar ik heb besloten: Ik ga mezelf niet een dag lang pesten met het halen van cutoff times, hoe mooi die race vast ook verder is.

Voor een extreme triathlon (of ultratrail) is het belangrijk om specifiek te trainen, anders wordt het zo’n jankpartij. (Alhoewel ik uit zeer betrouwbare bronnen heb vernomen dat de positie van jankert vrij is gekomen.) Elke week alleen doen waar je toevallig zin in hebt is leuk, maar ik heb niet het gevoel dat ik er echt beter van wordt. Het roer gaat dus om, of is eigenlijk al om gegaan. Ik heb een nieuw schema gemaakt voor het komende jaar met verschillende blokken en twee grote uitdagingen. In de offseason periode ga ik werken aan mijn basis, zodat ik hier in de specifiekere voorbereiding op kan doorbouwen en het trainen afwisselend en haalbaar blijft. De derde week van gestructureerder trainen is ingegaan en ik moet zeggen: het trainen valt me lichter.

Wat die twee grote uitdagingen zijn? Begin april heb ik een trail van 70km gevonden in onze achtertuin, met de toepasselijke naam Mont-Terrible en in de zomer ga ik nog een poging wagen op de Inferno. Uitdagend, afwisselend en mooi genoeg om motivatie te vinden om serieus te trainen, en ook nog makkelijk aan te rijden vanaf ons huisje.